Markegem op 15 februari 1796 tot 34ste kantonhoofdplaats gebombardeerd werd met Aarsele, Dentergem, Kanegem, Oeselgem, Oostrozebeke, Sint-Baafs-Vijve, Wakken en Woelzieke om zich heen ?
Op sommige kaarten uit die tijd werd Markegem, in tegenstelling tot buurgemeenten, aangeduid als "Grand Village"

De eerste gemeenteraad van Markegem werd geïnstalleerd in 1799, onder voorzitterschap van Joannes Andries Lauwers die op 24 juni 1800 tot maire werd benoemd. Diezelfde J.A. Lauwers zetelde ook als één van de 8 juryleden die op 19 juni 1800 de bende van Bakelandt in beschuldiging stelde.

Secretaris J.A. Opsomer typeerde de Markegemse bevolking in 1838: "Elken inwoner wenst niet zoo zeer dan vrijelijk aen zyne bezigheden te worden overgelaten, en bekommert zich weynig met staatszaken; er is de algemeene wensch van alles in het best te zien keren en voor het overige men leeft in vriendschap onder elkander, men zorgt voor het bestaen en men gaet gerust door de wereld". Het jaar daarop was de openbare geest nog wel goed, maar "thans door de duerte der levensmiddelen en de goedkoop der lijnwaden toevallig misnoegd".

Op 23 september 1839 werd een nieuw politiereglement opgesteld om delikten te voorkomen, de vrede te behouden tussen de burgers, en dus een gewenscht order in de gemeente te doen bloeien. Het werd ondermeer verboden sneeuwbollen te werpen of te slaan op straat of elders, en iedereen moest een behoorlijke deur hangen aan de vertrekken (toiletten).

In 1851 mocht nog steeds niet met sneeuwbollen gegooid worden.

Charles-Louis Van Melle werd burgemeester in het midden van de akeligste hongerjaren van de 19de eeuw (31 januari 1846) en alle aandacht ging naar het overleven.

Op 29 januari 1879 werd er voor 25 fr een eerste olielantaarn gekocht die Francis Galle op de plaets ontstak. Een tweede lantaarn zou er pas komen in 1899. De 19de eeuw was in Markegem nog altijd een bijzonder duistere.

Op 24 september 1905 werd België's 75-jarige onafhankelijkheid met passend vertoon gevierd. De Wakkense harmonie verscheen op het appel, er werd een podium geplaatst bij de kerk, iedereen kreeg 4 consumptiebonnen (de congregatieleden maar 2) en wie meezong kreeg er 5. Er werden 400 sparren geplant, twee triomfpoorten opgetrokken, verlichting aangebracht en 25 affiches verschenen in omloop.

Op 25 oktober 1911 werd een contract aangegaan met de "Société d'électricité de l'Ouest de la Belgique" om de openbare verlichting te regelen.

Uit “Markegem, het vermaakelyk dorp” door Frans Hollevoet.

"Jeugdclub d'Uiltjes"

Van september 1978 tot in 1985 zorgde "Jeugdclub d'Uiltjes", na een oproep van de pastoor aan Joan Vercaemer, voor ontspanning voor de jongeren van minstens 15 jaar oud: een reis, een kerstfeest, sport en spel, volksdansen,... meestal op zondagnamiddag. De bestuursleden (Johan Botterman, Kathelijne en Els Van Betsbrugge, Jos Cluyse en Marleen en Franky Nachtergaele) gebruikten het oud gemeentehuis als lokaal. Uit deze jeugdclub groeide in 1981 "Chiro 't Kabouterke", aanvankelijk geleid door Filip Tack en Petrouchka Van Meerhaeghe en van begin '90 tot het voorjaar '92 door Bernd Baeckeland en Kurt Bovyn. Acht medewerkers leidden zo'n 64 kinderen (7-14 jaar), die vanaf 21 februari '88 over lokalen achter de sporthal konden beschikken.

Uit “Markegem, het vermaakelyk dorp” door Frans Hollevoet.

In 2010, het 10e jaar van het bestaan van de Uilefeesten kreeg de legende een vervolg met de bloedstollende en 10 maanden durende zoektocht naar de Schat van Markegem.

Meer dan 100 schattenjagers waren in de ban van de 10 sleutels die moesten worden gezocht om de kist met de Schat open te krijgen.

Het hedendaags vervolg op de legende van Markegem :

Vele jaren later werd het geld in een kistje onder de grond teruggevonden door enkele Markegemnaren. Ze hebben beslist om het geld te schenken aan een eerlijke vinder en de sleutel van de schat werd in 10 stukken verdeeld. Na een zoektocht van bijna een jaar werd de volledige sleutel gevonden en was het geld voor een jong gezin die er nog lang en gelukkig mee leefde.

Maar één ding staat vast, De markegemnaren die het geld van de schat weggeschonken hebben, hebben in de kerktoren van Markegem een nog veel mooiere schat verstopt en op deze plaats de zin veranderd in : “Hier woont weer een uil”. Maar tot op heden weet niemand wat er juist in deze nieuwe schat zit !

Van waar komt de naam 'Uilegem' ?
Alles heeft te maken met de kerk van Markegem...

Eén van de legendes (en misschien wel de meest geloofwaardige, nvdr.) is dat Markegem destijds Uilegem genoemd werd omdat de zoldervloer van de kerktoren rot geworden was door de drek van de talloze uilen die er nestelden.

Een andere verklaring gaat als volgt. Er was eens een Markegemse pastoor die zijn geld in de kerktoren verstopte en onder die plek met krijt schreef “Hier woont een uil”. De koster, ook niet van gisteren, vond de schuilplaats, nam het geld mee en wijzigde de zin in “Hier woont geen uil meer”. Toen de pastoor de kosters ontdekking opmerkte, veranderde hij de zin weer in “Hier zal geen uil meer wonen”.

Uit “Markegem, het vermaakelyk dorp” door Frans Hollevoet.

Frans Hollevoet (°Tielt, 1 april 1955), getogen in Markegem, zoon van organist en gewezen schoolhoofd van Markegem-Oeselgem, André Hollevoet en wijlen Maria Hemers. Echtgenoot van Rita Marichael. Volgde Grieks-Latijnse bij de oblaten in Waregem (het vroegere St.-Paulusinstituut) en voltooide in 1977 de licenties Germaanse filologie aan K.U. Leuven. Hij is leraar Engels-Nederlands aan de H. Familie in Tielt en Sancta Maria in Ruiselede.

Sinds 1985 schreef hij verschillende artikels over de geschiedenis van Markegem en bijdragen over aspecten van de geschiedenis van Ruiselede, Tielt en Dentergem. Verder stelde hij de archiefinventarissen op over de Tieltse Sint-Pieterskerk en het decanaat Tielt, met Ronny Ostyn (1989), en over de parochies Dentergem, met Eric Bekaert (1993), en Markegem (1994).

Voor een artikel over het Goed ter Hoyen en de familie Coucke bekroonde het Westvlaams Verbond van Kringen voor Heemkunde hem op 16 april 1988 met de prijs voor de beste bijdrage uit 1982-'86. Op 9 december 1995 werd hem voor de geschiedenis van de Markegemse parochie de tweejaarlijkse Prijs van de Heemkundige Kringen van het Tieltse toegekend.

In zijn "Flandria Illustrata" noemde Antonius Sanderus Markegem een pagus etiam amoenitate loci commendabilis, in 1735 vertaald als het vermaakelyk dorp. "Vermaakelyk" betekent hier: aangenaam voor het oog of het hart.

Markegem, nu een deel van Dentergem, is 425 ha groot en telde in 2000 725 inwoners. In 1469 circa 150, in 1572 ongeveer 380, int 1765 585, in 1837 het recordaantal van 1091.

De geschiedschrijving over Markegem was tot in 1995 vrijwel onbestaande. Grondige opzoekingen in archieven in Kortrijk, Gent, Brugge, Rijsel, Brussel, Doornik, Tielt, Dentergem en Markegem brachten een onvermoede weeld aan historische gegevens aan het licht. In de streek tussen Tielt, Deinze, Waregem en Izegem is Markegem, getypeerd als "villadorp zonder pretentie", sedert 1995 het enige dorp met een eigenlijke geschiedenis. Ongetwijfeld kunnen de gemeenten uit dit gebied in de bronnen heel wat terugvinden over hun eigen verleden. Bovendien wordt er in het boek vaak vergeleken met de situatie in de omliggende plaatsen en ondekt de individuele speurder in het rigister op persoons- en plaatsnamen meteen welke families enige rol speelden in de bonte wereld van deze gemeenschap op mensenmaat.

Hoofdstuk I behandelt de aardrijkskunde en de ongeschreven geschiedenis. Hoofdstukken II-VI halen het Ancien Régime (tot 1795) terug en VII-XI de laatste twee eeuwen.

 

Al jaren zorgt toneelvereniging Klavertje 4 voor leuke toneelmomenten. Enkele duizenden toeschouwers zijn daar jaarlijks getuige van.

Voor meer informatie betreffende deze schitterende vereniging, kunt u een bezoekje brengen aan hun website.

Eertijds was Markegem één van de meest bezochte bedevaartsplaatsen tot Sint-Hubertus. Sinds 1988 worden in Markegem jaarlijks weer honderden dieren gezegend. Vooral paarden en honden...

De kerk van Markegem is toegewijd aan de H.-Amandus en de H.-Lucia. Deze laatste wordt er gediend tegen keelziekten. St-Amandus zou dan weer helpen voor oogziekten. De overlevering verhaalt dat een blinde man zijn zicht terugkreeg toen hij zijn ogen bette met het water waarmee St Amandus zijn handen gewassen had.

Maar eertijds was Markegem één van de meest bezochte bedevaartsplaatsen tot Sint-Hubertus. In de verlopen eeuwen bestond er een bloeiende broederschap van deze heilige, gesticht in 1665. De kerk bezit nog een reliekhouder van Sint-Hubertus die één van de interessantste stukken is uit de inventaris van het bisdom Brugge (M.English). Onder impuls van Egidius De Cuyper (-1684) werd er in 1665 een broederschap opgericht, toegewijd aan de H. Hubertus, waardoor Markegem ruime bekendheid verwierf als bedevaartsplaats tegen hondsdolheid.

Tot in het jaar 1905 brandden de 'Gourlandts', een dynastie van kerkbaljuws, op verzoek, de honden een omcirkeld breed V-vormig teken op de kop, zodat hondsdolheid uitbleef. Sinds 1988 worden in Markegem de dieren weer gezegend. Pastoor Traen was hierbij de bezieler.

Verder lazen we het volgende in een verslag uit 1952 - Tijdens een bezoek aan Markegem in 1952 kwamen wij op het spoor van een St-Hubertussleutel, in het bezit van de pastoor. Het gaat hier om een stok, waaraan een dubbele ijzeren staaf is bevestigd. Oorspronkelijk liep de staaf uit op een sikkelvormige stempel, die echter in de loop der jaren verdwenen is. De sleutel, die gebruikt werd om honden te merken tegen de hondsdolheid, werd naar Markegem opgestuurd vanuit Saint-Hubert en was in gebruik tot 1905. Dit alles blijkt uit een begeleidende mededeling van EH Valckenaere, destijds pastoor te Markegem. St-Hubertus wordt ook aangeroepen tegen kinkhoest, mazelen en allerlei besmettelijke ziekten.

Omdat Markegem een echte plattelandsgemeente is, leent het zich uitstekend tot fietsen en wandelen. De fietsroutes strekken zich uiteraard zowel over Markegem als over de buurgemeenten uit.

Om te wandelen hoeft u het grondgebied Markegem eigenlijk niet te verlaten.